Blootstelling aan de zoete smaak zou ons ertoe aanzetten om meer zoete voedingsmiddelen te eten. Dat horen we al heel lang en heel vaak, alsof het een wetenschappelijke evidentie is. Maar is dat wel zo? Voor het eerst heeft een gerandomiseerde, gecontroleerde studie deze bewering getoetst. En de resultaten zijn verrassend!
De meeste volksgezondheidsinstanties bevelen terecht aan om de suikerinname te beperken. Sommige instanties, zoals de WHO, en veel gezondheidsprofessionals gaan nog een stap verder en breiden deze redenering uit naar producten met een zoete smaak in het algemeen, zelfs als die niet afkomstig is van suikers maar van calorievrije zoetstoffen. Zij zijn van mening dat, in het kader van de strijd tegen obesitas, een verminderde blootstelling aan de zoete smaak de aantrekkingskracht van zoet vermindert en, bij uitbreiding, de energie-inname en dus het risico op obesitas. Maar hoewel deze bewering logisch lijkt, is de doeltreffendheid ervan nog nooit aangetoond in studies bij mensen. Een nieuwe baanbrekende studie, genaamd SWEET TOOTH, zet deze theorie zelfs ernstig op losse schroeven…
Lees ook: Waarom kunnen we niet nee zeggen tegen zoet?
De SWEET TOOTH-studie: 3 niveaus van blootstelling aan de zoete smaak
Dit gerandomiseerde, gecontroleerde interventieonderzoek werd gezamenlijk uitgevoerd door de universiteiten van Wageningen (Nederland) en Bournemouth (Verenigd Koninkrijk). Het doel was om de effecten te beoordelen van verschillende niveaus van blootstelling aan de zoete smaak via de voeding op de ontwikkeling van de waardering voor de zoete smaak, de energie-inname en het gewicht. Er namen 180 gezonde volwassenen deel, met een gemiddelde leeftijd van 35 jaar en een gemiddelde BMI van 23. Er werden drie groepen gevormd op basis van de mate van blootstelling aan de zoete smaak:
- Lage blootstelling: 10-15 % van de energie afkomstig van zoete voedingsmiddelen
- Gemiddelde blootstelling: 25-30 % van de energie afkomstig van zoete voedingsmiddelen
- Hoge blootstelling: 40-45 % van de energie afkomstig van zoete voedingsmiddelen
De deelnemers aten en dronken gedurende 6 maanden volgens de 3 niveaus van zoete smaak. Daarna werden ze gevolgd tot de 10de maand. Of hun eetpatroon conform was met de voorschriften werd gecontroleerd aan de hand van 24u recall, urine-collectie en bloedstalen.
Lees ook: Waarom varieert de glycemische index van hetzelfde voedingsmiddel zo sterk?
Geen verandering in de voorkeur voor zoet
Volgens de gangbare hypothese had men kunnen verwachten dat de groep met lage blootstelling een geringere voorkeur voor zoet zou ontwikkelen, en omgekeerd voor de groep met hoge blootstelling. Er was echter geen significante verandering in de voorkeur voor de zoete smaak en de voorkeur voor zoete smaken verschilde niet tussen de groepen, noch in de loop van de tijd.
Na afloop van de interventie werd er geen verschil vastgesteld tussen de groepen wat betreft voedingskeuzes, de consumptie van zoete producten en de energie-inname.
Lees ook: Diabetes: wat met zoetstoffen en trendy suikers?
Geen invloed op het gewicht
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat het lichaamsgewicht, de BMI en de lichaamssamenstelling tijdens de interventieperiode niet zijn veranderd, ongeacht de mate van blootstelling aan zoete smaken. Er was evenmin sprake van veranderingen in de biomarkers die verband houden met het glucosemetabolisme (bloedsuikerspiegel, insulinespiegel, geglycosyleerd hemoglobine) en de cardiovasculaire gezondheid (gehalte aan totaal cholesterol, triglyceriden, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol).
Ten slotte keerden alle deelnemers na afloop van de interventie spontaan terug naar hun oorspronkelijke consumptieniveaus van zoete voedingsmiddelen.
Dit weerlegt wat vaak wordt beweerd over de zoete smaak. Belangrijke nuance: deze conclusies zijn gebaseerd op gezonde volwassenen met vaste gewoonten. Of we deze resultaten kunnen doortrekken naar andere populaties of naar een langere blootstelling, moet echter nog verder worden onderzocht.
Cad E M et al. Am J Clin Nutr 2026, 123(1):101073. https://doi.org/10.1016/j.ajcnut.2025.09.041
Bronnen
Ce sujet est aussi traité sur le site www.edulcorants.eu
De sponsors van het onderzoek:
-American Beverage Association
-Apura Ingredients
-Arla Foods amba
-Cargill R&D Centre Europe BVBA
-Cosun Nutrition Center
-DSM-Firmenich
-International Sweeteners Association
-SinoSweet Co., Ltd.
-Unilever Foods Innovation Centre Wageningen
‘Toevallig’ allemaal mensen die deze boodschap liever de wereld zouden zien ingaan?
Slechts 50% van de voeding werd aangeleverd; de overige 50% mochten de deelnemers zelf kiezen. Slechts 28% van de urinestalen werd als geldig beschouwd. Er zijn nog enkele kanttekingen, waardoor het werkelijke verschil tussen inname van zoete voedingsmiddelen wel eens veel kleiner zou kunnen zijn dan hoe het hier geschetst wordt.
Daarnaast worden alle ‘zoete’ voedingsmiddelen ook over een zelfde kam geschoren, van fruit tot snoepgoed. Als je alles samenneemt, kan het elkaar uiteraard “uitmiddelen”.
Bovendien gaat het onderzoek nog uit van gezonde personen.
Jammer dat deze zaken in jullie artikel niet gekaderd worden. Alles wat stimuleert in de richting van nog meer suiker, zou met grote voorzichtigheid en duidelijke objectieve nuance mogen gebracht worden.
Bedankt voor uw reactie. We hechten veel belang aan de kwaliteit van de informatie die we verwerken. De formats van onze posts zijn bewust kort en focussen op één hoofdgedachte. Zo kunnen onze lezers snel de essentie meekrijgen van een lang, wetenschappelijk artikel dat anders minder toegankelijk is. We gaan dus inderdaad niet over tot een kritische analyse van een wetenschappelijke publicatie. We doen eerder aan berichtgeving over wetenschappelijke publicaties die, zoals in dit geval, wel degelijk afkomstig zijn van een tijdschrift met een hoge geloofwaardigheid, net als de universiteit die de studie heeft geleid, en dit zelfs als er sprake is van financiering door de privésector.