Drie grote prospectieve studies helpen om de verbanden tussen koolhydraten en diabetes type 2 beter te begrijpen. Meer dan ooit is het niet de hoeveelheid, maar de kwaliteit van de koolhydraten die telt.
Type 2-diabetes (DT2) blijft wereldwijd toenemen en voeding speelt hierbij een doorslaggevende rol: maar liefst 70 % van de diabetesgevallen zou te wijten zijn aan een suboptimale voeding (1). Van alle voedingsgroepen is het bij de koolhydraten dat de sterkste verbanden met DT2 worden aangetroffen. Maar het is niet zozeer de hoeveelheid koolhydraten die telt, als wel de aard ervan.
Er zijn verschillende indicatoren voor de kwaliteit van koolhydraten voorgesteld, maar de optimale verbanden met type 2-diabetes zijn niet duidelijk gedefinieerd. Vandaar het belang van dit onderzoek, uitgevoerd door het onderzoeksteam voor voeding en epidemiologie van de Harvard T.H. Chan School of Public Health in Boston (Verenigde Staten). Het maakt gebruik van gegevens uit drie grote cohortstudies: de Nurses’ Health Study I en II, en de Health Professionals Follow-up Study. In totaal omvat dit 213.704 personen, wat neerkomt op 5.628.955 persoonsjaren.
Het doel is om een nieuwe Koolhydraatkwaliteitsindex voor te stellen, die gebaseerd is op maar liefst 13 plasma-biomarkers, en deze te vergelijken met de bestaande index.
Lees ook: Koolhydraten of vetten mijden? Kies liever voor kwaliteit
Graanvezels, meer dan totale vezels
Op basis van de multivariate analyse waarin de uiterste kwintielen voor de verschillende voedingsinnames worden vergeleken, brengt deze studie zowel de gunstige als de ongunstige elementen naar voren.
Gunstige elementen
- Inname van graanvezels: relatief risico (RR) 0,77.
- Totale koolhydraatinname uit fruit: RR 0,80.
- Koolhydraatinname uit volkoren granen: RR 0,86.
Ongunstige elementen
- Hoge glycemische index (RR 1,14)
- Suikerinname uit suikerhoudende dranken (RR 1,22)
De alternatieve index op basis van deze variabelen vertoont een sterker verband met DT2 dan de oorspronkelijke index, die de totale vezelinname, de glycemische index, de verhouding volkoren granen/totale granen en de koolhydraten uit vaste voeding omvat. Hij blijkt ook krachtiger te zijn dan elk van zijn componenten afzonderlijk.
Lees ook: Koolhydraatarm dieet leidt tot hoger energieverbruik
De totale koolhydraten hebben geen effect op DT2
De studie wijst ook op andere verbanden, die minder uitgesproken zijn dan de voorgaande: het risico op DT2 is lager bij een hoge inname van totale vezels, een lagere consumptie van vruchtensap, toegevoegde suikers, koolhydraten uit aardappelen, zetmeelrijke groenten, fructose en een lagere glycemische lading.
Deze gegevens bevestigen opnieuw het belang van een voldoende hoge inname van graanvezels, volkoren granen en hele vruchten, in combinatie met een lagere inname van suikerhoudende dranken en een dieet met een lage GI. Ze tonen ook aan dat, wat het risico op DT2 betreft:
- graanvezels belangrijker zijn dan de totale vezelinname
- de totale inname van koolhydraten geen rol speelt.
In de discussie stellen de auteurs dat het ongunstige effect van aardappelen en zetmeelrijke groenten waarschijnlijk te wijten is aan hun hoge koolhydraatgehalte en hun lage vezelgehalte.
Lees ook: Helpen voedingsvezels echt om gewicht te verliezen?
1. O’Hearn M et al. Nature Med 2023 ;29(4) :982-995.
Bronen
2. Alesa H B et al. Am j Cln Nutr; 101337. Apr 30, 2026 – https://ajcn.nutrition.org/article/S0002-9165(26)00146-2/fulltext