Voedselallergieën zijn de afgelopen decennia sterk toegenomen. Ze komen nu voor bij 6% van de jonge kinderen en 3 tot 4% van de volwassenen. Wiens schuld is het? Deels te wijten aan genetische factoren, en wellicht nog meer aan omgevingsfactoren (hygiëne-hypothese, klimaatverandering, landbouw, enz.).
Maar hoe weet het lichaam wat veilig en geschikt is en wat gevaarlijk is? Studies hebben al specifieke eiwitten geïdentificeerd in bepaalde allergenen, zoals pinda’s of eieren, die voldoende zijn om ongewenste immuunreacties te veroorzaken. Als deze eiwitten niet worden getolereerd, beschouwt het lichaam ze als antilichamen die bestreden moeten worden, met de daaropvolgende ontstekingsreactie tot gevolg.
Een team van onderzoekers van het Salk Institute (San Diego) wilde een stap verder gaan en probeerde te begrijpen hoe het immuunsysteem een veilig eiwit van een gevaarlijk eiwit kan onderscheiden. Dit inzicht in tolerantie is namelijk van fundamenteel belang om nieuwe therapieën te ontwikkelen en patiënten met allergieën te helpen.
Lees ook: Meer voedselallergieën bij kinderen geboren via keizersnede
Een probleem met orale tolerantie?
Dit natuurlijke immuunmechanisme, dat voorkomt dat het spijsverteringsstelsel overmatig reageert op ingenomen voedsel, vertoont blijkbaar storingen! Het team van onderzoekers heeft zich toegelegd op het identificeren van nieuwe fragmenten van voedingseiwitten die de immuuncellen in de darmen aangeven wanneer ze bepaalde voedingsmiddelen moeten tolereren door middel van ‘herkenning’.
Ze hebben 3 epitopen geïdentificeerd:
- één in soja,
- één in maïs
- en één in tarwe.
Deze epitopen, die een wisselwerking aangaan met de regulerende T-lymfocyten (Treg) in de darmen, maken het mogelijk om te bepalen of een voedingsmiddel wordt getolereerd of afgewezen. Ze zijn alle drie afkomstig van reserve-eiwitten in granen, plantaardige eiwitten die zeer overvloedig aanwezig zijn en vaak worden herkend door de tolerantiemechanismen van het immuunsysteem. De onderzoekers hebben met behulp van Treg-cellen van muizen aangetoond dat de meest voorkomende reactie – die dus tolerantie bevordert – gericht was op alfa-zeïne, de epitoop van maïs (logisch, er zijn maar weinig mensen allergisch voor maïs). Daarentegen is de identificatie van de soja-epitoop (een veelvoorkomende oorzaak van allergie ) interessant, vooral omdat de receptor ervan ook een interactie aangaat met sesam, wat de kruistolerantie verklaart (tolerantie voor het ene voedingsmiddel die tolerantie voor een ander voedingsmiddel opwekt).
Lees ook: Focus op allergieën & intoleranties
De rol van regulerende T-lymfocyten
Hoe werken ze in een gezonde of ontstekingsomgeving? Dat is wat diezelfde onderzoekers in hun studie hebben willen achterhalen. Ze hebben bij muizen en in celculturen aangetoond dat de activiteit van de intestinale Treg-lymfocyten varieert naargelang de omgeving waarin ze zich bevinden (gezond of ontstekingsomgeving).
Ze zouden dus op termijn een manier kunnen zijn voor immuuntherapie tegen deze allergieën door de immuunreacties op de meest voorkomende allergenen te verminderen of te voorkomen.
Nu moeten deze eiwitfragmenten bij de mens nog in kaart worden gebracht en gevalideerd!
Blum J E et al. Science Immunology 6 March, 2026 DOI: 10.1126/sciimmunol.aeb468
Bron