Naast borstvoeding, die op zich al gunstig is, speelt de samenstelling van oligosachariden in moedermelk een doorslaggevende rol voor de darmmicrobiota van de pasgeborene.
Borstvoeding wordt algemeen erkend als de referentievoeding tijdens de eerste levensmaanden. De complexiteit van moedermelk en de verandering in de samenstelling ervan in de loop van de maanden verklaren waarom zelfs de meest geavanceerde zuigelingenvoeding – die in bepaalde gevallen zeer nuttig is – slechts een bleke kopie is van moedermelk. Een van de redenen hiervoor is het inmiddels welbekende prebiotische effect van moedermelk, dat door in te werken op de darmmicrobiota bijdraagt aan de gezondheidsvoordelen die het biedt. Het effect van moedermelk op de darmmicrobiota van de pasgeborene is voornamelijk te danken aan de aanwezigheid van oligosachariden, de HMO’s (Human Milk Oligosaccharides). De ontwikkeling van de darmmicrobiota bij de pasgeborene heeft echter invloed op de samenstelling van de darmmicrobiota later in het leven en beïnvloedt de gezondheid en ontwikkeling van het kind.
Tot op heden zijn er maar liefst 200 HMO’s met verschillende structuren bekend. Elke moedermelk is in die zin anders, omdat zowel het type als de concentratie van deze HMO’s varieert. Dit wordt deels bepaald door de genetische variatie van de moeder en varieert tijdens de lactatieperiode. Voeding speelt ook een rol, hoewel deze nog niet heel duidelijk is.
Lees ook: Vis tijdens de zwangerschap: ja of nee?
Oligosachariden in moedermelk en de darmmicrobiota na 3 en 13 maanden
Een Fins onderzoeksteam van het Universitair Ziekenhuis van Turku heeft dit nog grotendeels onbegrepen gebied nader onderzocht. Hun onderzoek biedt meer inzicht in het belang van deze HMO’s voor de darmmicrobiota tijdens het eerste levensjaar, onder andere in functie van de aanwezigheid van deze HMO’s in moedermelk.
Aan de hand van ontlastingsmonsters van meer dan 500 kinderen hebben ze een analyse uitgevoerd van de darmmicrobiota op de leeftijd van 3 en 13 maanden. Ze hebben ook het gehalte aan 19 HMO’s in de moedermelk van deze kinderen geanalyseerd. Dit maakte het onder meer mogelijk om een onderscheid te maken tussen zogenaamde ‘secreterende’ en ‘niet-secreterende’ vrouwen, op basis van de aanwezigheid van HMO’s in hun melk.
Lees ook: Helpt Ashwagandha effectief tegen stress?
Een effect bij baby’s geboren via een keizersnede
Het onderzoek heeft geleid tot de identificatie van meerdere verbanden tussen HMO’s en de darmmicrobiota van baby’s die op de leeftijd van 3 maanden borstvoeding kregen. Vroege blootstelling aan HMO’s wordt in verband gebracht met de samenstelling van de darmmicrobiota op de leeftijd van 13 maanden. Sommige soorten HMO’s vertonen duidelijkere verbanden op de leeftijd van 3 maanden, andere op de leeftijd van 13 maanden.
De ‘secreterende’ status van de moeder hangt samen met de samenstelling van de darmmicrobiota bij baby’s van 3 maanden.
Het was al bekend dat borstvoeding de aanwezigheid van Bifidobacterium in de darmmicrobiota van zuigelingen bevordert. Maar deze keer konden de onderzoekers aantonen dat er ook een verschil bestaat tussen kinderen die borstvoeding krijgen: er is meer Bifidobacterium bij baby’s van ‘secreterende’ moeders.
Ten slotte was ook bekend dat kinderen die via een keizersnede worden geboren een andere en minder gunstige darmmicrobiota ontwikkelen dan kinderen die op natuurlijke wijze worden geboren. In deze studie hebben onderzoekers aangetoond dat bij kinderen die via een keizersnede worden geboren en waarvan de moeders ‘secreterend’ zijn, de darmmicrobiota zich gunstiger ontwikkelt.
Lees ook: Minder IBD bij kinderen door de voeding tijdens de zwangerschap
Ovaska M et al. Am J Clin Nutr 2026. Article in Press, 101318. DOI: 10.1016/j.ajcnut.2026.101318
Bron