Er bestaat geen twijfel meer over het belang van de darmmicrobiota. Het blijft echter moeilijk om te definiëren wat een gezondheidsbevorderende darmmicrobiota precies is, zoals microbioloog Bruno Pot tijdens de World Microbiome Day aangeeft.
Wat is een gezond darmmicrobioom? Dat is de vraag die prof. Bruno Pot (Yakult en VUB) stelde tijdens een seminarie dat door Yakult Europe werd georganiseerd ter gelegenheid van World Microbiome Day*. Een vraag waarop men geneigd zou zijn te antwoorden met iets als: een diverse en rijke darmmicrobiota… Dat is in ieder geval wat uit verschillende onderzoeken naar voren is gekomen, maar dit antwoord volstaat vandaag niet meer. Of beter gezegd: zo eenvoudig ligt het niet.
Het is waar dat er in de loop van de recente evolutie van de mensheid een verlies aan microbiële diversiteit in onze darmen heeft plaatsgevonden. Daar zijn twee redenen voor: enerzijds de afname van de consumptie van voedingsvezels (de belangrijkste substraten om de micro-organismen in onze microbiota te ‘voeden’) en anderzijds de afname van de consumptie van levende micro-organismen, onder meer via gefermenteerde voedingsmiddelen.
Lees ook: Cholesterol: de effecten van haver gebeuren via het microbioom
Een minder diverse microbiota is niet per se een slecht teken
Bruno Pot maakt van de gelegenheid gebruik om te verduidelijken dat er bij gefermenteerde voedingsmiddelen, die worden vervaardigd door middel van een beoogde groei van micro-organismen, twee soorten moeten worden onderscheiden: sommige kunnen levende micro-organismen bevatten waarvan de gunstige effecten bewezen zijn; in dat geval kunnen ze als probiotica worden aangemerkt, terwijl andere er geen of onvoldoende bevatten (o.a. na een warmtebehandeling) om als probiotica te worden aangemerkt. Het voordeel van gefermenteerde voedingsmiddelen die levende micro-organismen bevatten, is dat ze kunnen bijdragen aan het herstel van een zekere diversiteit die door een geïndustrialiseerd voedingspatroon is aangetast, en dat dit de interacties met het immuunsysteem versterkt.
Op basis van gegevens uit de Verenigde Staten wordt geschat dat de huidige voeding voor het grootste deel van de bevolking arm is aan micro-organismen, en dat slechts 1 op de 5 mensen een voeding heeft die rijk is aan micro-organismen, onder meer door middel van niet-thermisch behandelde gefermenteerde voedingsmiddelen.
Dat gezegd zijnde: diversiteit is niet alles, en het is niet per se de wondermiddelindicator. Bruno Pot illustreert dit aan de hand van verschillende feiten:
- Vegetariërs en veganisten hebben een minder diverse microbiota dan omnivoren, terwijl hun gezondheidsindicatoren over het algemeen beter zijn.
- Kinderen die borstvoeding krijgen, hebben een microbioom dat als optimaal wordt beschouwd, terwijl het weinig divers is (en wordt gedomineerd door bifidobacteriën).
- Wat de vaginale microbiota betreft, wordt een lage diversiteit, gedomineerd door lactobacillen, in verband gebracht met een goede gezondheid.
- Twee totaal verschillende gemeenschappen worden als even ‘gezond’ beschouwd: de Hadza, die veel vezels eten en een hoge microbiële diversiteit hebben, en de Inuit, die daar juist heel weinig van eten, de voorkeur geven aan eiwitten en een lage microbiële diversiteit hebben…
Lees ook: Prikkelbaredarmsyndroom: probiotica onder de loep
Belangrijker dan diversiteit is de functionaliteit van de microbiota
Het lijkt er dus op dat de microbiota zich aanpast aan de context om de functionaliteiten te bieden die nodig zijn om de gezondheid te behouden. Bruno Pot concludeert dan ook dat niet de diversiteit van de microbiota de belangrijkste factor is, maar wel degelijk de functionaliteit ervan!
Een andere opvallende vaststelling: waarom neemt de diversiteit van bepaalde soorten (zoals bifidobacteriën) in de microbiota af naarmate we ouder worden? Is dat een slechte of een goede zaak?
Tijdens het verouderingsproces stijgen de mitochondriale kosten, wat talrijke nadelige effecten met zich meebrengt (oxidatieve schade, insulineresistentie, laaggradige ontsteking, verminderde spierfunctie…). We zien echter dat de microbiota het afnemen van de mitochondriale activiteit versnelt. De mitochondriale ‘kosten’ die gepaard gaan met het herbergen van het microbioom nemen toe met de leeftijd, wat zou kunnen verklaren waarom het lichaam bij het ouder worden zijn microbioom probeert te herschikken. En we beginnen ‘kenmerken’ te ontdekken die specifiek zijn voor de microbiota van honderdjarigen.
Wordt vervolgd…
Lees ook: Vezels zouden een rol spelen in de immuniteit
* Organisé par Yakult Europe, Almere & Amsterdam, 25-26 juin 2026.
Bron