Het effect van haver op het cholesterolgehalte zou niet alleen te danken zijn aan de bijzondere oplosbare vezels. Deze interventiestudie suggereert dat ook microbiële metabolieten van fenolverbindingen hieraan bijdragen.
Granen, voor zover ze niet geraffineerd zijn, zijn een bron van voornamelijk onoplosbare voedingsvezels. Dit bevordert de darmtransit. Onder de granen onderscheiden haver en gerst zich door hun gehalte aan oplosbare vezels, meer bepaald bèta-glucanen. Deze hebben de eigenschap dat ze tijdens de spijsvertering een gel vormen, waardoor de opname van glucose iets wordt vertraagd – en dus de glycemische index wordt verlaagd – en de opname van cholesterol in de darmen wordt verminderd, met als gevolg een lager cholesterolgehalte in het bloed. De EFSA erkent trouwens twee gezondheidsclaims voor deze granen: één over de verlaging van de postprandiale bloedsuikerspiegel en één over de verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed. Er worden echter nog andere mechanismen vermoed om de effecten van haver op het cholesterolgehalte te verklaren…
Een van deze mechanismen, naast de vermindering van de cholesterolopname, betreft de toename van de uitscheiding van cholesterol via de galzuren. Het andere mechanisme, dat het onderwerp is van deze interventiestudie bij patiënten met een metabool syndroom, betreft de metabolisering van fenolverbindingen in haver door het darmmicrobioom.
Lees ook: Nieuw onderzoek naar effect bètaglucanen op cholesterol
Haver gedurende 2 dagen en gedurende 6 weken
Het doel van deze gerandomiseerde gecontroleerde studie was om de effecten te testen van een hoge hoeveelheid haver op korte termijn en een matige hoeveelheid haver gedurende 6 weken, in vergelijking met een dieet dat was aangepast voor macronutriënten als controle en in vergelijking met een westers dieet (Western diet).
Onderzoekers van de Universiteit van Bonn (Duitsland) hadden de hypothese dat de fenolverbindingen in haver een rol konden spelen in zowel het darmmicrobioom als het cholesterolgehalte in het bloed. Er waren 17 deelnemers in elk van de 4 groepen.
In de ‘korte termijn’-groep namen de deelnemers gedurende twee dagen dagelijks drie maaltijden met haver, bestaande uit 100 g in water gekookte havervlokken per maaltijd. Voor het onderzoek naar de effecten op langere termijn werden de twee interventiedagen gevolgd door een periode van 6 weken waarin de groep “haver” één maaltijd per dag met 80 g havervlokken at, terwijl de rest van het dieet westers bleef.
Lees ook: Welk effect heeft kokosolie op de cholesterolspiegel?
Effect van haver, ja, maar in hoge doses
De resultaten tonen aan dat de consumptie van haver op korte en lange termijn leidde tot een significante stijging van het ferulazuurgehalte in het bloed. De interventie met hoge doses leidde ook tot een stijging van het dihydroferulazuurgehalte. Haver lijkt dus het darmmicrobioom te beïnvloeden door de metabolisering van fenolverbindingen te bevorderen, wat volgens de auteurs gepaard gaat met een daling van het LDL-cholesterol bij een hoge dosis haver. De daling van het cholesterolgehalte is echter niet significant voor de periode van 6 weken met 80 g haver per dag…
Hoewel de auteurs concluderen dat een hoge dosis haver gedurende een korte periode een geschikte aanpak zou kunnen zijn om aan obesitas gerelateerde lipidenstoornissen te behandelen, lijkt de werkelijkheid niet zo eenvoudig: 300 g gekookte haver per dag laten eten is niet de gemakkelijkste interventie om te realiseren…
Lees ook: Volkoren granen leiden tot minder vetophoping
Klümpen L et al. Nature Communication 2026 ;17 :598. https://doi.org/10.1038/s41467-026-68303-9
Bron