Zijn campagnes om het vetgehalte bij jonge kinderen te verminderen de oorzaak van de obesitas-epidemie? Dat is de nieuwe hypothese van een Franse epidemiologe die eerder al het obesogene effect van een teveel aan eiwitten tijdens de eerste levensjaren aan het licht had gebracht.
Zijn de campagnes om de vetinname bij kinderen te beperken met het oog op het voorkomen van obesitas contraproductief geweest? Hebben ze een rol gespeeld in de explosieve toename van obesitas de afgelopen jaren? Dat is de hypothese van de Franse onderzoekster Marie-Françoise Rolland-Cachera (Université Sorbonne Paris Nord en INSERM). De epidemiologe had in de jaren 80 al vastgesteld dat een te eiwitrijk dieet tijdens de eerste levensjaren geassocieerd was met een vroegere adipeuze rebound. Deze adipeuze rebound of ‘vettoename’ treedt normaal gesproken op tussen de leeftijd van 5 en 7 jaar. Hoe eerder dit gebeurt, hoe groter het risico op obesitas op latere leeftijd. Dit heeft ertoe geleid dat er bijzonder veel belang wordt gehecht aan de eiwitinname tijdens de vroege kinderjaren, een inname die vaak te hoog is. Deze keer wordt echter een onvoldoende inname van vetten in verband gebracht met dit probleem…
Lees ook: Obesitas bij kinderen: meer gezondheidsrisico door polluenten
Kinderen die te weinig vet krijgen
De vaststelling is duidelijk: obesitas is gestaag toegenomen, vooral in de afgelopen decennia. Meestal wordt het teveel aan calorieën, vooral via vetten – de meest geconcentreerde vorm van energie – met de vinger gewezen. Toch is de consumptie van vetten en energie niet toegenomen, integendeel. Natuurlijk speelt het verminderde energieverbruik door de steeds zittender levensstijl een rol. Maar de jacht op vetten die sinds de jaren 70 in het voedingsbeleid is ontstaan en tot een ware ‘lipidofobie’ heeft geleid, zou ook wel eens een rol kunnen spelen. Op basis van de onderzochte gegevens is M-F Rolland-Cachera van mening dat de campagnes die aanzetten tot het beperken van vetten om obesitas te voorkomen, een impact hebben gehad op de voeding van kinderen, die nu minder vetten bevat…
Lees ook: Zuivelproducten: is light wel nuttig?
De overeenkomsten tussen obesitas en ondervoeding
De afname van de vetinname in de voeding van kinderen in de afgelopen decennia zou zo groot zijn geweest dat de inname nu onder de aanbevolen hoeveelheden ligt. De onderzoekster benadrukt echter dat het verminderen van vet tijdens de vroege kinderjaren niet wenselijk is, gezien de rol die vet speelt bij onder meer de ontwikkeling van de hersenen en het voldoen aan de hoge energiebehoefte. Deze beperking kan de hypothalamus-as verstoren, wat leidt tot een verlaging van het leptinegehalte en op onomkeerbare wijze een zuinig werkend metabolisme tot stand brengt. De gevolgen hiervan zijn: een vermindering van het energieverbruik, leptineresistentie en uiteindelijk een verhoogde vetopslag.
“Vroegtijdige energiebeperking zou dus een rol kunnen spelen bij het ontstaan van obesitas, zoals blijkt uit de vele structurele, functionele en metabolische overeenkomsten tussen ondervoede mensen en mensen met obesitas,” legt Rolland-Cachera uit in haar hypothese die is verschenen in het tijdschrift Advances in Nutrition. Een zwaarlijvig persoon kan dan ook worden beschouwd als een ondervoed individu bedekt met aanzienlijke vetreserves die niet gemakkelijk kunnen worden gebruikt. En het advies om de vetinname tijdens de eerste levensjaren te verminderen ter bestrijding van obesitas heeft misschien juist bijgedragen aan de toename ervan. Een nieuwe hypothese die volgens de wetenschapster nieuwe wegen zou moeten openen voor onderzoek en preventie.
Lees ook: Groenten mogen kiezen doet wonderen bij kinderen
Rolland-Cachera M-F. Adv Nutr. 2025 Dec 19;17(2):100576. doi: 10.1016/j.advnut.2025.100576
Bron