Flexitariërs zijn deeltijdse vegetariërs, die af en toe vlees eten, en volgens talrijke enquêtes vormen ze inmiddels een belangrijke groep binnen de bevolking. De term ‘flexitariër’ is echter even flexibel als vaag in zijn definitie.
De verschillende vormen van vegetarisme, evenals veganisme, worden geassocieerd met welomschreven voedingsgewoonten, maar dat is niet het geval voor de term flexitarisme. Toch komt deze term terug in alle publicaties die de voedseltransitie naar minder dierlijke en meer plantaardige voeding bespreken. Flexitarisme is namelijk het boegbeeld geworden van wat een ‘gezond planetair dieet’ is, dat een evenwicht zoekt tussen de eisen van de menselijke gezondheid en die van de gezondheid van de planeet.
Omdat een flexitarisch dieet geen verbod op vlees oplegt, kan het een groter deel van de bevolking aanspreken dan vegetarisme en veganisme. Volgens sommige bronnen zouden bijna 4 op de 10 mensen tot deze groep behoren omdat ze aangeven dat ze hun vleesconsumptie hebben verminderd of bereid zijn dat te doen. Ondanks deze populariteit bestaat er op dit moment echter nog geen definitie waarover wetenschappelijke consensus bestaat.
Lees ook: EAT-Lancet 2025: meer rechtvaardigheid voor het mondiale voedingspatroon
Flexitariërs: een vage groep consumenten
In enkele jaren tijd heeft flexitarisme zijn intrede gedaan in tal van kookboeken, lifestyleartikelen en zelfs wetenschappelijk onderzoek. De meeste studies over flexitarisme als oplossing voor de uitdaging van duurzame voeding volstaan echter meestal met vage definities die van studie tot studie verschillen. Flexitariërs werden vroeger gezien als een tussenvorm tussen omnivoren en vegetariërs, maar worden nu beschouwd als een aparte groep consumenten, met kenmerken die hen onderscheiden van omnivoren, vegetariërs en veganisten. Maar door het gebrek aan een gemeenschappelijke definitie blijft er veel onduidelijkheid bestaan over deze groep consumenten, wat vragen oproept over de wetenschappelijke validiteit van het onderzoek dat naar hen wordt gedaan…
In deze studie wilden onderzoekers meer te weten komen over dit onderwerp en hebben ze de oorsprong en het gebruik van het concept ‘flexitariër’ in wetenschappelijke publicaties nader onderzocht.
Lees ook: Vlees en mannelijkheid remmen de voedseltransitie
Ontstaan van flexitarisme
In dit onderzoek hebben de onderzoekers publicaties geanalyseerd waarin de term “flexitariër” in de titel, de samenvatting of de trefwoorden voorkomt. De 260 geïdentificeerde publicaties zijn handmatig onderzocht, waaraan 50 relevante studies zijn toegevoegd die door de referenties zijn geïdentificeerd of door de auteurs zijn geciteerd.
De oorsprong van de term flexitariër is vrij duidelijk: het is een samentrekking van ‘flexibel’ en ‘vegetariër’. Het concept flexitarisme werd voor het eerst geïdentificeerd in 1981 in een advertentie van de Northwest Freedom University (Verenigde Staten) voor ‘flexitarische’ kooklessen. De term ‘flexitariër’ werd in 2017 opgenomen in het Oxford woordenboek, dat het definieerde als een persoon die voornamelijk vegetarisch eet, maar niet strikt. Pas vanaf 2018 duikt deze term op in wetenschappelijke publicaties. Toch blijft het begrip vaag, zoals de auteurs van de studie opmerken. Want tussen één of meerdere keren per week vlees eten en één keer per maand vlees eten, zit een groot verschil binnen het flexitarisme!
Zijn het dan flexibele vegetariërs of omnivoren die minder vlees eten? De auteurs concluderen dat het nog niet duidelijk is of ‘flexitariërs’ echt als een samenhangende groep consumenten kunnen worden beschouwd. In afwachting daarvan moedigen ze onderzoekers die deze term gebruiken aan om de criteria voor het gebruik van de term flexitariërs beter te definiëren.
Lees ook: Dierlijke en plantaardige eiwitten: in welke verhouding?
Wendler M et al. Appetite 2026,108410. https://doi.org/10.1016/j.appet.2025.108410Bron